Annemie Berebrouckx: “Wees niet bang om lezingen aan kleuters te geven”

Annemie Berebrouckx is al jaren een vaste waarde in het kinderboekenlandschap. Met haar Jules-boeken bereikt ze een breed publiek en ook haar auteurslezingen zijn een schot in de roos. Jaarlijks geeft ze er meer dan veertig, vooral aan kleuters. “Ik merk dat andere auteurs er vaak voor terugschrikken om lezingen te geven aan jonge kinderen. Die angst is onterecht.” En dus deelt Annemie graag haar tips om lezingen te geven aan kleuters.

Welke technieken gebruik je om de aandacht van kleuters vast te houden tijdens een lezing?

“Ik begin altijd met mezelf voor te stellen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is essentieel om vertrouwen te winnen, zeker bij de allerjongsten. Soms weten kinderen totaal niet wie ik ben of waarom ik er ben. Dan vraag ik: ‘Kennen jullie mijn naam?’ en ‘Wat kom ik vandaag doen in jullie klas?’ Dat geeft me meteen een idee van hun voorbereiding en taalniveau.

Daarnaast werk ik met visuele ondersteuning: ik neem altijd een koffer vol boeken en bijbehorende attributen mee, zoals een minibasketbal, een dino, kriebelbeestjes of groenten. Die voorwerpen maken het verhaal tastbaar en helpen moeilijke woorden te verduidelijken. Zo wordt een aubergine niet alleen een woord, maar ook iets dat ze kunnen bekijken en vasthouden.

Tijdens een auteurslezing lees ik meestal maar twee boeken voor, want de concentratie van kleuters is nog beperkt. Ik maak ook graag tijd voor een teken- of knutselmoment waarbij de kinderen hun ervaringen rond het verhaal kunnen verwerken. Als illustrator laat ik hen graag kennismaken met verschillende materialen. Ik geef leerkrachten ook concrete tips om creatief met een boek aan de slag te gaan.”

Ik wil kinderen leren kijken: ook naar de wereld om hen heen.

Hoe zorg je voor interactie? Kun je een voorbeeld geven van iets dat goed werkt?

“Interactie zit in kleine dingen. Ik stel vragen, laat kinderen raden wat er gaat gebeuren of maak bewegingen die ze kunnen nadoen. In een verhaal met een kruipende regenworm lees ik bijvoorbeeld voor: ‘De worm wordt telkens lang en weer kort. Lang. En weer kort’ terwijl ik dat met mijn vingers uitbeeld. De kinderen doen dan spontaan mee.

In mijn kabouterboek is er dan weer een scène waarin kabouters een dennenappel moeten verplaatsen. Dan vraag ik: ‘Hoe zouden jullie dat doen?’ en dan trekken we bijvoorbeeld samen aan een denkbeeldig touw. Die fysieke betrokkenheid werkt enorm goed. Even bewegen helpt trouwens om daarna weer de volle aandacht te krijgen.”

Annemie Berebrouckx leest voor aan kleuters
© Peter De Jongh
Kleuters luisteren naar auteur die voorleest
Kleuter die aan het tekenen

Pas je je lezing aan voor verschillende leeftijdsgroepen?

“Ja, dat gebeurt intuïtief. Ik voel snel aan of een groep taalvaardig is of net niet. Daarom neem ik altijd boeken mee voor verschillende leeftijden. Soms beslis ik pas ter plekke welk boek ik ga voorlezen. Ook de manier waarop ik moeilijke woorden uitleg, pas ik aan. Bij oudere kinderen leg ik bijvoorbeeld uit dat mijn beroep auteur en illustrator is, bij jongere kinderen hou ik het eenvoudiger.

Ik vind die flexibiliteit cruciaal om een auteurslezing op maat van de kinderen te kunnen aanbieden. Alleen zo heeft de lezing ook een leesbevorderend effect. Dat betekent dat ik enorm veel materiaal meesleep, zodat ik niet beperkt ben en op alle omstandigheden kan inspelen. En ik zorg altijd voor meer kleurplaten of gadgets, want soms blijkt de groep groter dan vooraf afgesproken.”

Misschien plant ik wel een zaadje en worden kinderen later schrijver, illustrator of boekenwurm.

Wat zijn de grootste uitdagingen tijdens lezingen, en hoe ga je daarmee om?

“De grootste uitdaging? Het verkeer, door de afstand en de files (lacht)! Inhoudelijk zijn publieke lezingen moeilijker dan die in klasverband: een lezing voor vierjarigen waar ook tweejarigen en achtjarigen bijzitten, vraagt veel flexibiliteit.

Ook een kind met concentratieproblemen kan een uitdaging zijn. Soms zegt een leerkracht op voorhand: ‘Die mag je negeren, die doet nooit mee.’ Dan probeer ik natuurlijk net dat kind er toch bij te betrekken. En vaak lukt dat. Dan zegt de leerkracht achteraf: ‘Ik wist niet dat die dat kon.’ Zulke lezingen waarin je iedereen meekrijgt, geven het meest voldoening.

En zonder met de vinger te willen wijzen: leerkrachten die onderling praten tijdens het voorlezen, zijn wel een stoorzender. Ik vind dat vooral een verkeerd signaal naar de kinderen toe, van wie wel verwacht wordt dat ze aandachtig naar het verhaal luisteren.”

Wat maakt de Jules-boeken zo succesvol? Wat heb je daarvan geleerd?

“Jules is voor vele kleuters een vriendje, een bondgenoot die hen bijstaat om de wereld te ontdekken. Het succes van Jules ligt in de herkenbaarheid en de eenvoud van de verhalen. Ik kan me moeiteloos inleven in een kleuter en die kinderlijke verwondering voel je in al mijn werk.

Maar het succes heeft ook een keerzijde: ik werd ‘die van Jules’ en dat beperkte mijn creatieve vrijheid. Intussen richtte ik samen met mijn man Gert uitgeverij Mamie op en geven we mijn boeken zelf uit. Dat is pittig, maar het geeft me de ruimte om te maken wat ik wil en verschillende technieken en stijlen toe te passen.”

Tekentafel vol tekengerief
© Michiel Devijver
Grote Jules-pop
© Michiel Devijver
Vrouw aan grote tekentafel
© Michiel Devijver

Wat is voor jou de belangrijkste boodschap die kinderen moeten meenemen van een auteurslezing?

“Dat boeken de wereld groter maken. Ik wil kinderen leren kijken: niet alleen naar illustraties, maar ook naar de wereld om hen heen. Als ze na mijn lezing een kriebelbeestje zien en terugdenken aan mijn boek, is mijn missie geslaagd.

Daarnaast wil ik hen laten ervaren dat luisteren naar een verhaal ook genieten is. Geen filmpje, geen televisiescherm of iPad, maar gewoon een boek en een stem. Dat is ook leesbevordering. En misschien plant ik wel een zaadje en worden ze later schrijver, illustrator of boekenwurm. Dat zou mooi zijn.”

Heb je nog andere tips of ervaringen die je wilt delen?

“Zeker! Dit zijn enkele tips:

  • Neem al wat je nodig hebt zelf mee: beamer, scherm, kabels, verlengsnoer, boeken, kamishibaivertelplaten, attributen … Zo ben je op alles voorbereid.
  • Gebruik je lezingen als testmoment voor je boeken: je voelt meteen wat werkt en wat niet.
  • Denk al tijdens het schrijven na over hoe je het boek kunt inzetten tijdens een lezing.
  • Beperk je niet tot voorlezen: laat kinderen tekenen, knutselen of bewegen.
  • Experimenteer met kamishibai. Omdat de tekeningen op aparte vellen staan, kun je meer spanning en interactie creëren.
  • Wees niet bang om lezingen te geven aan kleuters. Ze zijn nieuwsgierig en kunnen meer aan dan je denkt.
  • Heb geduld en empathie om ruimte te geven aan wat kinderen boeit of nodig hebben. Elk kind is anders, en dat maakt het net zo mooi.”

De lezing was fantastisch. Annemie speelt in op de leefwereld en de leeftijd van de kleuters. Het voorlezen is erg interactief en ze brengt een rijke taal aan. De kinderen waren enorm verwonderd en betrokken tijdens het voorlezen. Tijdens het tekenmoment stelde Annemie voor om een collage te maken en de kleuters gingen meteen enthousiast aan de slag. Het verhaal blijft echt verder leven in de klas. Als leerkracht nemen we al die ervaringen mee naar onze eigen klaspraktijk.

Karien Van Dyck van Basisschool Sint-Calasanz in Nijlen

De lezingen waren zeer aangenaam. Annemie heeft een zachte vertelstijl en straalt veel rust uit, waardoor de kleuters zich meteen op hun gemak voelden. Ze wist de kinderen ook nieuwsgierig te maken door de attributen die ze meehad. Spelenderwijs bracht de auteur nieuwe woorden aan, wat de lezing leerrijk maakte. Er was veel interactie en af en toe een beweegmomentje.

Lena Huylenbroeck van het Sint-Pietersinstituut in Gent

In het atelier van Annemie

Iedereen Leest bezocht Annemie in haar atelier.