Categorie
Kinder- en jeugdauteur
Genre
Strips
Thema’s
Mens en maatschappij, Muzische vormgeving, Nederlands, Sociale vaardigheden
Doelgroep
bibliotheek, boekhandel, cultuurcentrum, kunstenorganisatie, leesclub, school, socio-culturele vereniging, zorginstelling
Leeftijdsgroep
6 – 8 jaar, 8 – 10 jaar, 11 – 12 jaar, 13 – 14 jaar, 15 – 18 jaar, 16 – 18 jaar, 18+

Steven de Rie

Biografie

Steven de Rie (1968) begon al te krabbelen op papier zodra hij als peuter een kleurpotloodje kon vasthouden. Toen hij de stripboeken van zijn oudere zus ontdekte, was hij helemaal verloren. Asterix, Spinneman, Lucky Luke: hij wilde ook striptekenaar worden en eigen helden en werelden bedenken. Hij studeerde plastische kunsten in Mechelen en toegepaste grafiek in Antwerpen en werkte in een zeefdrukkerij in Zoersel. Daarna legde Steven zich volledig toe op strips en cartoons. Sinds 1997 tekende hij mee aan de strips van Willy Linthout, dat zijn intussen al 133 stripalbums. Zijn eigen werk gaat van popartschilderijen tot superheldenstrips. Het meeste trots is hij op het boek ‘Striptekenen!’ (Lannoo, 2020), een uitgebreid leerboek voor kinderen en jongeren over striptekenen. Want sinds 1997 geeft Steven ook workshops, lezingen en vakantieweken over striptekenen in scholen, bibliotheken, culturele centra en voor jeugdorganisaties.

Uitgelichte titels

Cover van boek Striptekenen!

Striptekenen!

Lezingen

Een tekenaar wil je zien tekenen, natuurlijk! Na zich kort voorgesteld te hebben, en wat uitgaven uitgedeeld te hebben ter informatie, vraagt Steven dan ook een vrijwilliger uit de groep, waar hij op groot formaat een karikatuur van tekent! Dat breekt het ijs en zorgt voor een gesprek. Vervolgens toont hij hen dat de meeste strip- en tekenfilmfiguren uit eenvoudige vormen bestaan. Cirkels, ovalen, rechthoeken, zulks. Steven toont dat dan door bijvoorbeeld een Smurf, Minion, Bart Simpson of Pikachu te tekenen, vertrekkend van basisvormen. Een stap verder is een basisfiguur of “robot” tekenen, niet meer dan rechthoekjes, driehoeken en ovalen. En daar dan een bekend figuur van maken. De groep mag kiezen wie hij als volgende moet tekenen. Dat varieert van Marcske tot Batman. Dan gaan ze samen aan het werk, stap voor stap helpt hij ieder zo’n basisfiguur tekenen. En telkens geeft hij meerdere opties om uit te kiezen. Niet één oor, maar wel zes oren, niet één hand maar wel vier handen. Zodanig dat ieder daar een eigen NIEUWE held of heldin mee ontwerpt, die ook een naam en een “rol” of “job” moet hebben. Vampier, kabouter of postbode, wat ze maar willen. Tijd voor wat theorie, met voorbeelden toont Steven de groep het proces van idee, langs schets en inkt tot stripbladzijde. Waarna een vragenrondje volgt natuurlijk. Dat kan alle kanten op gaan. Maar ze keren terug bij de strip, letterlijk, als Steven vervolgens een blanco stripbladzijde met lege kaders uitdeelt. Ze moeten hun figuur hier opnieuw tekenen, en hij leert ze hoe je snel en eenvoudig decortjes kan tekenen. De held is nu in een strip en op een locatie. Wie of wat komt je figuur daar tegen? Wat zeggen die tegen elkaar? Teken die er dan bij. Een woordje over lettering en tekstballonnen is op zijn plaats, en daarna kunnen ze verder! Steven loopt uiteraard de hele tijd rond om bijkomende vragen te beantwoorden. Indien er tijd is, kan er nog over inkten met dunne en dikke stiften gesproken worden, ingegaan worden op gevoelens/expressies en beweging. Als er tijd voor is, want die vliegt meestal voorbij. Dit is natuurlijk een “algemene workshop”. Die kan altijd aangepast worden naar wens van de leerkracht, en dus aangepast aan waar de groep mee bezig is. Steven geeft ook workshops over cartoons en karikaturen tekenen, en ook dat is natuurlijk weer heel anders. Maar dit geeft toch een idee.

Praktisch

  • Steven moet “live” kunnen tekenen op een groot vlak. De organisator voorziet daarom een whiteboard/flipchart/krijtbord, zodat de deelnemers alles goed kunnen zien.

Neem contact op met Steven de Rie

Interesse in een lezing? Laat het ons weten en wij sturen jouw uitnodiging door naar de auteur. Tip: wees zo concreet mogelijk. Vermeld zeker mogelijke data, de locatie en de doelgroep.